Home Nieuwsbrief Nieuwsbrief juni t/m augustus 2010 Durf te experimenteren
Nieuwsbrief juni t/m augustus 2010
Durf te experimenteren

Smaakvoorkeuren zijn aan verandering onderhevig, zowel die van het grote publiek als die van de individuele wijnliefhebber. Bedenk dat niets moet en dat de eigen voorkeur altijd nog het belangrijkste criterium is. En dat veel kan. Minder dan een eeuw geleden dronk men bij visgerechten rustig een zoete wijn van het type Sauternes. Daarna moest het droog wit zijn. En tegenwoordig raakt rood bij vis aardig geaccepteerd. Vooral wanneer die vis er een is met een stevige structuur, zoals gegrilde tonijn of zalm. Kies dan wel een rode die fruitig is; tanninerijke wijnen en vis verdragen elkaar moeilijk.

Nog een paar andere suggesties. Drink aperitiefwijnen als sherry (van het type fino of manzanilla) of champagne eens door aan tafel. Niet een hele maaltijd lang bij iedere gang, maar bij het voorgerecht. Manzanilla met verse fruits de mer (van gamba's tot oesters) bijvoorbeeld, of een volle, rijke vintagechampagne met gepocheerde vis in roomsaus of met gevogelte. Mousserende wijn is trouwens ook een interessante optie in moeilijke gevallen met nadrukkelijk gekruid eten. Het koolzuur kan heel wat aan.

De basisregel is dat wit voor rood gaat, jong voor oud en droog voor zoet, eenvoudig voor complex. Op zich is dat allemaal heel zinvol, maar er zijn ook op deze regel best wel weer een paar uitzonderingen mogelijk. Zo past bij heel wat kazen een witte wijn vaak beter dan een rode.

De term 'dessertwijn' voor zoete wijnen is eigenlijk een wat ongelukkige. 'Edelzoet' is meer op z'n plaats. Zulke wijnen smaken overigens lang niet altijd even goed bij desserts, zeker niet wanneer daar veel suiker en/of ijs in verwerkt is. Op zichzelf, als meditatiewijn, komen ze vaak veel beter tot hun recht!

wijn-foto