Home Nieuwsbrief Nieuwsbrief mei 2010 Temperatuur van de wijn
Nieuwsbrief mei 2010
Temperatuur van de wijn

De serveertemperatuur van een wijn kan zowel negatieve als positieve elementen in die wijn versterken. In het algemeen worden wit en rosé koeler geserveerd dan rood. De gulden regel is het vermijden van extremen. Met andere woorden, serveer rood niet te warm, wit niet te koel. Serveer in geval van twijfel een wijn liever iets te koel dan iets te warm; in het glas warmt hij immers snel op.

 

Een lage temperatuur accentueert tannines. Vandaar de aanbeveling om wijnen met veel tannine betrekkelijk warm te serveren. Komt een rode wijn echter boven de 20°C uit, dan begint de alcohol te verdampen en onaangenaam te prikken. Komt een witte wijn onder de 8°C, dan gaat dat ten koste van het aroma. Bovendien verlamt de koude de smaakpapillen en proef je maar een fractie van wat de wijn te bieden heeft. Een indicatie voor serveertemperaturen per type:

 

Soepele, fruitige rode wijnen

10-14°

Complexe droge witte wijnen

12-14°

Rosé

6-12°

Lichte, droge witte wijnen

8-10°

Zoete witte wijnen

6-8°

Mousserende wijnen

6-8°

 

wijn-temperatuur